blog-easy-lenen

Hoeveel kan je écht lenen voor jouw huis?   

Lenen zonder spaargeld, dat zou niet kunnen. En je zou maar 30% van je loon mogen uitgeven aan de afbetaling. Geef toe, je hebt het ook al gehoord. Dus het zal wel waar zijn, zeker? Neen, neen, neen! We leggen uit waarom de clichés niet kloppen en hoeveel je écht kan lenen voor je huis.

 

“Je hebt altijd spaargeld nodig om een lening te krijgen”

Niet waar! Veel mensen denken dat je een eigen spaarpot — of die van je ouders — nodig hebt voor een woonkrediet. Dat is een fabeltje dat we graag de wereld uit willen helpen. Het sleutelbegrip hier is quotiteit: de verhouding tussen het bedrag dat je leent en de waarde van de woning. Banken mikken vaak op een quotiteit van ongeveer 90%, maar in de praktijk zijn leningen tot 100% van de aankoopprijs zeker mogelijk. Het komt zelfs redelijk vaak voor.

De Nationale Bank zegt namelijk dat banken tot 30% van hun leningen voor gezinswoningen mogen uitschrijven voor de volle aankoopprijs. Jawel, drie op de tien leningen! Hou er natuurlijk wel rekening mee dat je boven op de aankoopprijs nog kosten betaalt, zoals registratierechten en notariskosten. Die lopen ook op tot zo’n 7% en die moet je meestal wél zelf kunnen leggen. Toch bestaan er ook daarvoor oplossingen. Met een sterk dossier kan je meer dan 100% lenen. Het mag van de Nationale Bank bij één op de twintig leningen voor een gezinswoning.

Wat wél klopt: hoe hoger je quotiteit, hoe minder gunstig je lening. Leen je de volledige aankoopprijs van je woning, dan betaal je vaak een iets hogere rente en wordt je lening dus duurder. Maar als dat voor jou het verschil maakt tussen wél of niet kunnen kopen, is dat zeker het overwegen waard. Zeker als je kijkt naar de huurprijzen van vandaag…

 

“Eén derde van je loon mag voor je afbetaling dienen”

Ook die 30%-van-je-loonregel hebben we van thuis uit meegekregen, en het blijft hardnekkig rondgaan. Alleen klopt het vandaag niet meer. Banken kijken tegenwoordig meestal naar 40 à 45% van je inkomen als veilige grens voor je afbetaling. Soms zelfs nog iets meer. De oude regel komt uit een tijd waarin woningen veel goedkoper waren in verhouding tot het loon. Intussen zijn de huizenprijzen veel sneller gestegen dan de inkomens. Voor veel mensen is 30% dus simpelweg niet meer haalbaar.

Wel belangrijk om te weten: verdien je maar weinig, dan zal die 45% voor jou meestal niet te doen zijn. Je moet natuurlijk nog genoeg overhouden om van te leven. Daarom kijkt elke bank ook naar wat ze het ‘levensoverschot’ noemen: het bedrag dat je na je afbetaling elke maand overhoudt voor je basisuitgaven. Dat verschilt per bank, maar vaak rekenen ze ongeveer op 1.100 euro voor een alleenstaande en 1.400 euro voor een koppel.

 

De belangrijkste vraag moet nog komen

Is daarmee alles gezegd over hoeveel je kan lenen? Zeker niet. Banken kijken naar meer dan alleen percentage. Ben je net gestart of al jaren aan het werk? Werk je in loondienst of als zelfstandige? Heb je een vaste verblijfsvergunning? Lopen er nog andere leningen? Al die zaken spelen mee in de voorwaarden die jij krijgt voor je lening.

Bij hypotheek.winkel stellen we nog een extra vraag — misschien wel de belangrijkste. Wat wil jij zelf? Elke maand tot het uiterste gaan, dat kan als een strop rond je nek voelen. Misschien wil je ook nog op vakantie kunnen, jezelf af en toe iets gunnen. Of kies je ervoor om in het begin minder af te betalen en later wat meer. Dat evenwicht zoeken wij samen met jou, tijdens een gratis gesprek in je buurt.

Hypotheken

07 apr 2026

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Kan ook interessant zijn ...

Bekijk alle blogitems